Geen geboren renner

Geen geboren renner

Vroeger hield ik helemaal niet van hardlopen. Ik vond het verschrikkelijk. Ik zag er de lol niet van in. Saai, pijntjes, vermoeiend, slecht weer. Altijd wel een excuus. Tot 2016.  Mijn studentenabonnement bij de sportschool was afgelopen en ik moest opeens drie keer zoveel betalen. Dat vond ik onzin. Ik was net afgestudeerd en het geld dat ik verdiende met mijn (bij)baantje besteedde ik liever aan andere dingen. Zoals wijn op het terras of een stedentrip. Maar ik wilde wel een beetje fit blijven. Dus ik besloot om het hardlopen toch maar eens een kans te geven.

Sportschoentjes aan en gaan
Ik haalde mijn sportschoentjes uit de kast (lees: simpele fitnessschoenen, totaal niet geschikt voor hardlopen), sportbroek aan (zo’n onhandige wijd model in plaats van runner tights). En welk shirt? Ik sportte altijd in een sporthemdje. Niet echt handig voor buiten in de Hollandse kou. Een oude hoodie aan dan maar. Sleutels hield ik wel in mijn hand. En daar ging ik. Rennend naar het einde van de straat. En daar even bijkomen. Pff. Oke, naar de volgende lantaarnpaal. En zo ging ik het eerste blokje om in de wijk.

Steeds een lantaarnpaal verder.

Doorzetten en doelen stellen
Langzaam maar zeker merkte ik dat het steeds beter ging. Steeds een lantaarnpaal verder. Steeds iets minder vermoeiend. Ik besloot om een paar goede hardloopschoenen te kopen. Een goede demping is echt zo belangrijk! Je lichaam krijgt bij elke stap een flinke klap, zo´n 3 keer je gewicht. Inmiddels was mijn vriend ook aan het hardlopen geslagen en gingen we regelmatig samen rennen in het park. Hij liep natuurlijk veel sneller dan ik, maar ik kon het toch redelijk bijhouden. We hadden nog geen sporthorloge, dus van afstand of tijden hadden we geen idee. Na een half uurtje vond ik het wel welletjes en dan vroeg ik: “ Hoe lang zouden we gelopen hebben? ” “Ik denk wel een kilometer of 3”. Oke, ver genoeg dacht ik. Ik wandelde terug naar ons appartement. Ik liep met moeite de trappen op naar de derde verdieping. Elke stap was een opgave. Mijn benen voelden zo zwaar als lood.

Mijn hoofd leegmaken, een soort van actieve meditatie.

Hoofd leeg maken in de buitenlucht
Inmiddels begon ik het stiekem best leuk te vinden. Ik merkte dat ik elke keer weer een stukje langer kon rennen. En ik ontdekte dat ik het heerlijk vond om alleen in de buitenlucht te zijn. Mijn hoofd leegmaken, genieten van het zonnetje en luisteren naar de vogels. Heerlijk. Een soort van actieve meditatie zeg maar. Ik begon de smaak te pakken te krijgen en besloot me in te schrijven voor een wedstrijdje: Marikenloop 2016, de 5 kilometer. Dan had ik een doel om naartoe te werken. Ik trok twee keer per week mijn loopschoenen aan. Soms ging het lekker, soms vond ik het vreselijk. Ik sprak met mezelf af, dat ik in elk geval zou trainen tot dit loopevent. Vijf hele kilometers, als dat me zou lukken dan zag ik daarna wel verder.

Ik voelde de adrenaline in mijn lijf stijgen. ”

Superzenuwachtig aan de start
De dag van de wedstrijd. Superzenuwachtig was ik. Zou ik het wel halen? Mijn vriend en ouders kwamen kijken. Het was megadruk. Allemaal vrouwen in uiteenlopende vormen en maten die net als ik speciaal hierheen waren gekomen om 5 of 10 km te rennen. Idioten. Tijdens mijn trainingen kwam ik rond de 35 minuten uit. Stiekem hoopte ik dat ik nu rond de 30 minuten klaar zou zijn. Het startschot klonk. De eerste lopers waren vertrokken. Ondertussen werd ‘mijn’ startvak opgezweept door muziek en dans. Iedereen deed mee en ik voelde de adrenaline in mijn lijf stijgen. Nu vertrok ik ook langzaam richting de start … en bam! Daar rende ik! Massa’s mensen langs te kant, overal muziek. ‘Hup Britt, je kunt het!’ Ik keek om, kende de mensen niet. Hoe weten ze mijn naam? Oja, dat staat op het startnummer. Ik vloog voor mijn gevoel over het parcours. Halverwege stond een verzorgingspost met water en sportdrank. Ik pakte het bekertje aan en nam rustig een paar slokken. Want ja, 5 kilometer was voor mij toen al een heel eind. 😉 Daarna rende ik verder. Ik haalde andere lopers in. Wat gaaf dit! Ik kreeg weer een adrenalinekick en haalde nog meer meiden in. Langzaam kwam de finishboog in zicht. Yes! Ik ga de finish halen! Ik trok een flinke eindsprint, hoorde mijn ouders en vriend roepen. Nog een tandje erbij en juichend over de finish! Met een tijd van 28.17 kon ik het niet geloven. Wat een euforie! De runnershigh is geen mythe. Het is fantastisch! De medaille hield ik de hele dag trots om mijn nek. Dit wilde ik nog veel vaker doen. Een gezonde verslaving was geboren.